WELKOM / BIENVENIDO


MAG IK ME VOORSTELLEN MET EEN LIEDJE?

¿PERMITE QUE ME PRESENTE CON UNA CANCIÓN?


MI CANCIÓN MUY PREFERIDA:

CUCURRUCUCÚ PALOMA



CUCURRUCUCÚ PALOMA, NO LLORES

(LIEF DUIFJE MIJN, WAAROM AL DIE TRAANTJES DIJN?)

Dicen que por las noches
no más se le iba en puro llorar;
dicen que no comía,
no más se le iba en puro tomar.
Juran que el mismo cielo
se estremecía al oír su llanto,
cómo sufrió por ella,
y hasta en su muerte la fue llamando:
Ay, ay, ay, ay, ay cantaba,
ay, ay, ay, ay, ay gemía,
Ay, ay, ay, ay, ay cantaba,
de pasión mortal moría.
Que una paloma triste
muy de mañana le va a cantar
a la casita sola con sus puertitas de par en par;
juran que esa paloma
no es otra cosa más que su alma,
que todavía espera a que regrese
la desdichada.
Cucurrucucú paloma,
cucurrucucú no llores.
Las piedras jamás, paloma,
¿qué van a saber de amores?
Cucurrucucú, cucurrucucú, cucurrucucú,
cucurrucucú, cucurrucucú,
paloma, ya no le llore
EIGEN VERTALING EN NADERE INFO OVER DIT LIEDJE:


6 december 2010

FOTOGRAFIE : GENTSE FEESTEN (fiestas de Gante) [43]


COSAS y HOMBRES / DINGEN en MENSEN


Imágines propias de las fiestas de Gante. Selección de fotos que reflejan mis sentimientos profundos y también ambivalentes con relación a este acontecimiento muy popular y fuertamente celebrado.

Beelden over de eigenheid van de Gentse feesten. Selectie van foto's die een uiting zijn van mijn warme sympathie maar ook van ambivalente gevoelens voor dit zeer populairevenement dat uitbundig gevierd en intens beleefd en geleefd wordt.

 
 


5 december 2010

FOTOGRAFIE : GENTSE FEESTEN (fiestas de Gante) [42]


COMEDIA COMIDA / FOOD THEATRE
( "De Vijf Sterren Boeren Omelet" / "La Tortilla Campesina de Cinco Estrellas" )

Imágines propias de las fiestas de Gante. Selección de fotos que reflejan mis sentimientos profundos y también ambivalentes con relación a este acontecimiento muy popular y fuertamente celebrado.

Beelden over de eigenheid van de Gentse feesten. Selectie van foto's die een uiting zijn van mijn warme sympathie maar ook van ambivalente gevoelens voor dit zeer populairevenement dat uitbundig gevierd en intens beleefd en geleefd wordt.
 


3 december 2010

KUNST IN DE MAAK (5) : STEFAN BEYST : HET CONCEPT MIMESIS : RELATIES TUSSEN DE BEGRIPPEN 'MODEL' / 'ORIGINEEL' / 'NABOOTSING'

[uittreksel uit het onderdeel 'mimesis' zoals gepubliceerd op de website van kunstfilosoof en kunstcriticus STEFAN BEYST]

ORIGINEEL EN MODEL

Bij de constructie van die imaginaire werelden staan fragmenten uit de werkelijke wereld model: exemplarisch in het aloude verhaal van het ideale naakt dat werd samengesteld uit de mooiste onderdelen van vele concrete naakten. Ook het voorbeeld van de centaur kan verhelderend werken: paard en mens bestaan, maar de centaur die werd samengesteld uit onderdelen van beide, dankt zijn bestaan alleen aan de beelden die ervan werden gemaakt: (milton montenegro)  [ ZIE OOK  RUBRIEK 'BEELDEN' ALS ONDERDEEL VAN MIJN HIERONDER GEFORMULEERDE 'EIGEN BEMERKINGEN EN BEDENKINGEN' BIJ DE TEKSTEN OP DE WEBSITE VAN STEFAN BEYST ]


Het is hier niet de plaats om op een meer verfijnde manier de vele mogelijke relaties tussen de werkelijke wereld de reële of imaginaire wereld uit de doeken te doen. Wel moet het begrippenapparaat worden aangepast aan deze opsplitsing tussen reële en imaginaire wereld. Het komt erop aan onderscheid te maken tussen model en origineel. De vele werkelijke naakten zijn de modellen voor de kunstenaar, en het ideale naakt dat hij ermee samenstelt is het origineel. Paard en mens zijn de modellen, de centaur het origineel.

Geven we dat weer in wat we de driehoek van voltooide mimesis zouden kunnen noemen:

onvoltooide mimesis : nabootsing = model = origineel
voltooide mimesis : nabootsing =  model(len) ≠ origineel

De verwarring tussen model en origineel wordt in de hand gewerkt doordat schilders (maar ook schrijvers en zelfs componisten) bij de constructie van hun origineel steevast uitgaan van een werkelijk model, exemplarisch in het thema van de 'kunstenaar en zijn model'. Dat geeft immers de indruk alsof ze dat model aan het 'kopiëren' zijn - temeer daar da Vinci in zijn traktaat vermeldt dat je een spiegel naast het schilderij moet houden om te zien of het schilderij is geslaagd. Om de afstand tussen model en origineel nog eens extra in de verf te zetten confronteren we hier een foto - die zelf al aardig verschilt van de echte piano - met een tekening ervan: (judith schils)

Niemand zal er problemen mee hebben om de foto van de Steinway een 'spiegelbeeld' te noemen. Het ligt dan voor de hand om te beweren dat de getekende piano geen spiegelbeeld is van de werkelijkheid. Maar dan zien we over het hoofd dat de getekende piano een even overtuigende weerspiegeling is, zij het dan niet van de echte Steinway, maar van de niet bestaande piano die tijdens het tekenen op het papier in een virtueel beeld werd belichaamd. Ook in voltooide mimesis blijft de nabootsing dus een spiegelbeeld, maar dan van een origineel dat manifest niet kan bestaan, en dat pas getrouw kan worden weerspiegeld door niet meer getrouw te zijn aan de modellen waaruit het is opgebouwd....

NABOOTSING EN ORIGINEEL

Nadat we op de verticale zijde van de mimetische driehoek het verschil tussen model en origineel hebben verduidelijkt, zijn we pas goed gewapend om de relatie tussen nabootsing en origineel op de onderste zijde van de driehoek preciezer te omschrijven. Onze definitie van mimesis geeft immers aan dat mimesis als zodanig - ook de onvoltooide - evenzeer is bepaald door het verschil tussen origineel en nabootsing als door de gelijkenis ertussen. Volledige identiteit - zoals bij serieproducten of eeneiige tweelingen - wordt niet als nabootsing ervaren. Om nabootsing te zijn, moet er een waarneembaar verschil zijn dat niettemin geen afbreuk doet aan de ervaring van gelijkenis. Het kan dus niet gaan om een verschil zoals dat tussen twee broers: want al gelijken die erg op elkaar, we ervaren de ene niet als een nabootsing van de andere. Het verschil dat een nabootsing tot nabootsing maakt is dat de nabootsing alleen voor één of meerdere zintuigen op het origineel gelijkt, maar niet voor alle (of inzake voorstellingen: dat de nabootsing alleen in de geest gelijkt op het origineel, maar voor de waarneming onbestaande is). Hoe gelijkend het beeld in de spiegel ook moge wezen, het verschilt manifest van de werkelijkheid doordat het alleen maar licht is. Al lijkt het desondanks een lichaam te hebben, dat lichaam is niet voelbaar. De nabootsing in de spiegel gelijkt dus alleen maar op de optische verschijning van het origineel, niet op het origineel als zodanig. We kunnen rekenschap geven van dit constitutieve verschil tussen nabootsing en origineel door in de mimetische driehoek de bepaling 'verschijning van' toe te voegen aan 'origineel':

voltooide mimesis : nabootsing : model(len) ≠ origineel

Om ten volle te begrijpen hoe we niettemin de indruk hebben dat het origineel als zodanig daar voor ons staat, moeten we even stilstaan bij de manier waarop de wereld ons is gegeven.

EIGEN BEMERKINGEN EN BEDENKINGEN:

De gehanteerde begrippen lopen wat door elkaar maar in essentie komt het - mijn inziens - samengevat op het volgende neer:

- het vertrekpunt is en blijft de 'werkelijkheid' zoals de 'mens' die percipieert als zijnde de 'echte' met de menselijke zintuigen en organen rechtstreeks of onrechtstreeks (via  hulp instrumenten) waarneembare concrete dingen die als 'model(len)' dienen om die werkelijkheid op één of andere manier in de menselijke geest te kunnen (samen)vatten, te benoemen, te herkennen, te interpreteren.

- zo'n in de menselijke geest gevatte, benoemde en herkende 'werkelijkheid' benoemt Stefan Beyst als een 'bestaand origineel' wanneer dat 'origineel' in de menselijke geest lineair overeenstemt met de (via de zintuigen) waargenomen werkelijkheid. De menselijke geest is evenwel ook in staat om - al dan niet bewust - via interpretaties en combinaties een andere dan de 'normale' werkelijkheid te creëren. Zo'n imaginaire, niet als 'normale' werkelijkheid herkende en dus als 'onbestaand' gepercipieerde werkelijkheid', kan men dan benoemen als een 'imaginair origineel'.

- van deze twee soorten in de menselijke geest gevatte of gevormde 'originelen' kan de mens concrete nabootsingen, beeldingen maken. Een 'werkelijkheidsgetrouwe' nabootsing (afbeelding) van een 'bestaand origineel' noemt Stefan Beyst 'onvoltooide mimesis', een nabootsing (verbeelding) van een 'imaginair origineel', 'voltooide mimesis'.

Alles bij elkaar genomen lijkt me de belangrijkste (voorlopige) conclusie dat de volgende elementen goed moeten worden onderscheiden en dat de daartussen gelegde relaties duidelijk moeten zijn:

1. uit de 'werkelijkheid' (die alsnog niet of slechts zeer voorlopig gedefinieerd werd) deduceert of construeert de 'mens' via en in zijn menselijke constitutie, d.w.z. in de menselijk geest 'originelen' die op zich  minstens een reductie inhouden van het volledige, 'absolute' gegeven 'werkelijkheid'.

2. van die in de menselijke geest gevormde 'originelen' - zowel de zgn. 'bestaande originelen' als de zgn. 'imaginaire originelen' - kan de 'mens' dan 'nabootsingen' deduceren of construeren die hoe dan ook opnieuw een reductie zijn van deze 'originelen'.

Als we - zeer theoretisch - een 'hiërarisch model' zouden maken waarbij  'reductie' als negatief geïnterpreteerde operator fungeert, dan moet de conclusie ook zijn dat elke 'nabootsing' (mimesis) logischerwijze een van de 'werkelijkheid' afgeleid maar (dubbel) gereduceerd en dus aan de 'werkelijkheid' 'minderwaardig' bevonden menselijk produkt is.

Als we evenwel aan de creatie van 'niet-bestaande' en dus 'imaginaire originelen' per menselijke [(esth)etische] definitie een menselijke (creatieve) 'meerwaarde' zouden willen toekennen, dan volgt hieruit op dezelfde logische wijze dat 'imaginaire originelen' en dus in tweede orde ook de 'nabootsingen' van 'imaginaire originelen' (= voltooide mimesis genoemd) een menselijke [(esth)etische] 'meerwaarde' opleveren ten opzichte van:

- primero, de 'werkelijkheid' zelve;
- segundo, de 'bestaande originelen';
- tercero, de 'nabootsingen' van 'bestaande originelen'.

Het moge bovendien nu ook al een beetje duidelijk zijn dat zowel de wijze waarop bepaalde mensen in staat zijn ' imaginaire originelen' te creëren als de wijze waarop bepaalde mensen in staat zijn 'imaginaire originelen' na te bootsen (te verbeelden) ergens 'HET VERSCHIL' zullen maken.

BEELDEN:

1. Algemene bemerking.

Op de originele pagina's op de website van Stefan Beyst zijn soms afbeelingen ter illustratie van zijn teksten opgenomen die meestal ook rechtstreeks gekoppeld zijn aan de websites waarop de desbetreffende afbeeldingen voorkomen. In de gedeelten van de teksten van Stefan Beyst die op mijn blog zijn opgenomen, maak ik in bepaalde gevallen via een URL een rechtstreekse verbinding naar de beelden opgenomen op deze websites, voor zover ik dit voor een goed begrip van de teksten van Stefan Beyst wenselijk acht. Alle beelden en weblinks die bij de teksten van Stefan Beyst horen vindt U uiteraard terug op de webpagina's van de website van Stefan Beyst. Wie zich hierin (verder) wil verdiepen - wat mij moge zijn toegestaan ook zeer te mogen aanbevelen - (her)leest, bekijkt en beklikt dus best ook de desbetreffende (en andere) webpagina's op de website van Stefan Beyst.

Daarnaast zal ik in een aparte rubriek 'BEELDEN' als onderdeel van mijn eigen 'bemerkingen en bedenkingen'  bijkomende bemerkingen of bedenkingen, eventueel ook nog aangevuld met bijkomende weblinks, opnemen die specifiek betrekking hebben op deze beelden en/of op de auteurs van deze beelden die dikwijls ook door fotografen werden gemaakt en bedoeld zijn als autonoom 'foto werk'. Hiermee probeer ik hier en daar al een aanzet te geven naar de (geleidelijke) vorming en uitdieping van een eigen visie op de verbanden of niet-verbanden tussen 'kunst' en 'fotografie' en op de specifieke aard, mogelijkheden, beperkingen, limieten van het medium 'fotografie evenals op de (maatschappelijke) functies / dysfuncties die hieruit kunnen worden afgeleid.

2. Specifieke bemerkingen en bedenkingen.

Het beeld van de CENTAUR  waar Stefan Beyst hier naar refereert gaat terug op de Griekse mythologie, een begrip dat staat voor een imaginaire wereld bevolkt met door de 'mens' bedachte 'wezens' die enkel in zijn verbeelding bestaan en dus geen deel uitmaken van de 'werkelijkheid', wat dat ook moge zijn. De 'centaur afbeelding' gebezigd als illustratie bij de tekst van Stefan Beyst is een foto genomen door de Braziliaanse fotograaf MILTON MONTENEGRO van een vooraf  (in een foto studio) in scène gezet ' centaur tafereel', een fotografische afbeelding dus van een soort artistieke 'installatie' waarvan de enige bedoeling en functie was om er een 'foto' van te nemen waardoor het hier over niets anders gaat dan een foto ( = optisch lineaire afbeelding) van een (tijdelijk bestaand) 'kunstwerk'. Het moge duidelijk zijn dat een foto van een bestaand 'kunstwerk' altijd wel een foto maar niet per definitie een nieuw bestaand 'kunstwerk' oplevert. Dit laatste lijkt me echt iets te gemakkelijk om echt waar te kunnen zijn. Nochtans leeft en blijft de voor de hand liggende misvatting dat een foto van een 'kunstwerk' per lineaire definitie ook een nieuw 'kunstwerk' genereert hardnekkig voortleven in vele troebele hoofden van vele 'kunst fotografen'. Het lijkt wel een 'mythe' op zich zelve.
De fotograaf Milton Montenegro is een 'auto didact' van het zuiverste water (die dus geen 'KASK' of iets van die aard doorlopen heeft) die al doende lerende 'groot gebracht' is in de reële wereld van de reclame(fotografie) en daar blijkbaar ontdekt heeft hoe gemakkelijk geconstrueerde en/of gemanipuleerde beelden de menselijke geest kunnen treffen en vooral beïnvloeden. Het minste wat men van reclame beelden kan zeggen, is dat ze de reële wereld altijd minstens een beetje anders voorstellen en voorspiegelen dan hij 'in werkelijkheid' is. Het ziet ernaar uit dat reclame beelden in alle gevallen een specifieke vorm van mimesis zijn die een specifiek doel dienen. Op mijn blog wil ik het in dit verband ook wel eens hebben over de doelen van de (autonome) 'kunst', naast en ook wel tegenover de doelen van het medium 'fotografie'. Enige biografische informatie (en andere weblinks) over de fotograaf Milton Montenegro vindt U door te klikken op FOTOGRAAF MILTON MONTENEGRO.






1 december 2010

FOTOGRAFIE : ENCUENTRO 'ARTÍSTICO' / 'ARTISTIEK' TREFFEN




24 november 2010

FOTOGRAFIE : GENTSE FEESTEN (fiestas de Gante) [41]




Gespiegelde Synthese / Síntesis Espejeada

Imágines propias de las fiestas de Gante. Selección de fotos que reflejan mis sentimientos profundos y también ambivalentes con relación a este acontecimiento muy popular y fuertamente celebrado.

Beelden over de eigenheid van de Gentse feesten. Selectie van foto's die een uiting zijn van mijn warme sympathie maar ook van ambivalente gevoelens voor dit zeer populair evenement dat uitbundig gevierd en intens beleefd en geleefd wordt.




22 november 2010

TAAL: NIEUWS UIT HOLLAND: DE ZWARTE P. MET DE WITTE L.




De wonderen zijn Holland niet uit! En ik die in mijn vorig blog bericht nog durfde suggereren dat Hollanders de Nederlandse 'PIK' maar niet konden doen verzoenen met de Vlaamse 'PIET' (afgeleid van het Spaanse 'PITO' fluitje ). Niet helemaal juist blijkbaar. Uit dit olijke Nederlandse Sinterklaas Karnaval Liedje moet blijken dat de Hollanders wel degelijk hun 'P.' van hun 'PIK' met onze 'P.' van onze 'PIET' kunnen doen samenvallen en er zelfs een Spaanse witte 'L.' kunnen tussen wringen. Die witte 'L.' verwijst duidelijk naar een Spaanse witte 'LOLA' die in haar lieflijke Spaanse 'verkleining' ook 'LOLITA' wordt genoemd. Sinterklaas en zijn zwarte 'P.' met zijn witte 'L.' komen uiteraard niet voor niets uit... ja, ja...sí, sí....ESPAÑA !!!

Oogjes dicht en luisteren maar, brave kinderkes....uit Holland, Vlaanderland en Spaanderland.

Por los hispanófilos verdaderos: hieronder kan je met eigen ogen zien en horen hoe Spaanse Lolitas in elkaar zitten en hoe gevoelig ze zijn, ook als ze hun politieke rechten uitoefenen!

¡VOTAR ES UN PLACER!
(stemmen is een genot!)


21 november 2010

TAAL : VAN HET FLUITJE NAAR HET PIETJE / DEL PITO AL PITILLO

Ik vermoed wel dat veel fotografen - vooral de 'artistiek' aangelegden - geen of weinig belangstelling hebben voor taal en al helemaal niet voor 'grammatica' maar diezelfde fotografen zijn naar mijn aanvoelen eigenlijk ook niet geïnteresseerd in de wezenlijke functies van het medium fotografie, laat staan in de (maatschappelijk-wetenschappelijk-culturele) geschiedenis van het medium. Zij maken vooral veel foto's - aan de lopende band zelfs - waarvan ze dan denken dat het stuk voor stuk 'kunstwerken' zijn of dat ze de wereld mooier en de mensheid wijzer zullen/moeten maken. Niets dat minder waar is, durf ik hier te beweren. Wat wél waar is, is dat deze fotografen vooral geïnteresseerd zijn in zichzelf, met zichzelf hoog oplopen dan wel juist worstelen met het omgekeerde gevoel. De oorzaak van deze negatieve evolutie moet men zeker niet alleen bij de fotografen zelf leggen. De hedendaagse maffiose 'kunstwereld' die erin geslaagd is om 'kunst' in zijn eigenheid en maatschappelijke functionaliteit compleet te ontwaarden en gelijk te brengen aan een negatief individualistisch streven, aan ongezonde eigenwaan en een ziekelijke drang tot zelfbevestiging gekoppeld aan platte commercie, heeft ook de 'fotografie', de 'fotograaf' en zijn 'foto's' in deze maatschappelijk nefaste stroming meegesleurd en misbruikt.

Ik kom er later nog op terug

Het Nederlands is in sommige opzichten een rijke taal, in hoofdzaak te danken aan de volkstaal, de volkse zegswijzen en uitdrukkingen en de veelvuldig in overdrachtelijke betekenissen gebezigde woorden. De Spaanse taal is evenwel in dit opzicht en in menig ander opzicht nog veel gevarieerder en rijker en daarom ook voor velen wier moedertaal niet het Spaans of een met het Spaans verwante taal is vrij 'lastig' om als 'secundaire' taal te leren en communicatief volwaardig te beheersen. Elke taal bestaat in eerste instantie uit een 'basis woordenschat', dit is een relatief compact-beperkt geheel van door de mens voortbrengbare 'klanken en klankencomposities' die de levensnoodzakelijke gegevens, omstandigheden en behoeften van een specifieke taal-gemeenschap 'beschrijven' ( = samenvattend benoemen) waarbij elke klank of klankencombinatie (= woorden) aan één of meerdere betekenissen wordt gekoppeld die door alle leden van die taal-gemeenschap (op dezelfde wijze) worden begrepen en toegepast. Die 'basis woordenschat' omvat een 'beschrijving' van voor die taal-gemeenschap relevante levende en niet levende 'dingen' (al dan niet zintuiglijk waarneembare personen, zaken, eigenschappen, functies en de handelingen die daarmee of daarop kunnen worden uitgevoerd). Die 'basis woordenschat' kan in de loop der evolutie van een taal-gemeenschap uiteraard worden uitgebreid met nieuwe woorden of nieuwe betekenissen van bestaande woorden, in de eerste plaats via de taal-eigen mechanismen van woord-combinaties en woord-afleidingen maar ook door volledig nieuwe woorden (klanken), wel dan niet aan andere taal-gemeenschappen 'ontleend' en al dan niet aangepast aan het eigen taal-systeem. We kunnen het 'taal verrijking' noemen maar het is geenszins uitgesloten dat hieruit ook 'taal verarming', in ergere mate 'taal ontwaarding en zelfs 'taal destructie' kan voortvloeien. Er kunnen ook defecten en kortsluitingen ontstaan in de 'taal functie', bv. als specifieke of afgescheiden groepen van taalgebruikers hun specifiek of eigen 'taaltje' gaan ontwikkelen en gebruiken dat door de grootste gemene deler van de leden van die taalgemeenschap niet wordt gedeeld en in het ergste geval niet meer wordt verstaan. Vandaar het belang van het in stand houden, promoten en bewaken van een voor een bepaalde taal-gemeenschap gemeenschappelijk gedragen en toegepaste 'standaard taal'. De mondiale Spaanstalige taal-gemeenschap (LA HISPANIDAD) heeft dit al heel lang begrepen en past dit ook al heel lang toe, de mondiale Nederlandstalige taal-gemeenschap is nu pas begonnen met het een beetje te beginnen begrijpen. Zie actuele info HIER en HIER en HIER. Bovendien is er geen enkele reden tot juichen op het punt waar dit nieuwe initiatief (van de Nederlandse Taalunie) overweegt te onderzoeken of het nog wel zinvol is dat er in de Nederlandse taal 'foutloos' wordt geschreven. Ja, kijk, als men al niet meer uitsluit dat de standaard taal vrijblijvend 'fout' mag worden geschreven, dan wordt het meteen ook zinloos om nog een standaard taal in stand te houden en te promoten. Het is fout te denken dat een standaard taal zich op een 'natuurlijke' wijze in stand zou houden en corrigeren, integendeel.

Een prachtig voorbeeld van taal-ontwikkeling via ontlening/assimilatie uit een andere taal, vindt men in bepaalde betekenissen van het Nederlandse woord 'PIET' en zijn verkleinwoordvorm 'PIETJE'.
'Piet' en 'pietje' hebben in het Nederlands veel betekenissen en worden in verschillende contexten en zegswijzen gebruikt. Volgens de 'Dikke Van Dale' zouden de meeste betekenissen afgeleid zijn van de naam 'Piet/Petrus' of - in een enkel geval - ontstaan zijn door natuurlijke klanknabootsing van het 'gepiep' van een vogelsoort (scholekster?) waaruit het woord 'kanariepietje' zou ontstaan zijn.
Maar typisch Vlaamse uitdrukkingen en zegswijzen zoals 'een klein pietje hebben' ( = met een klein lulletje begiftigd zijn) en 'bij het/zijn pietje nemen' ( = overdrachtelijk, te grazen nemen of verschalken) kan men hiermee onmogelijk verklaren, zeker niet vanuit de van heilige geuren bezwangerde Roomse naam 'Petrus'? Een geluid nabootsend vogelengezang kan het normalerwijze toch ook niet zijn? Dat voormelde typisch Vlaamse en plastische uitdrukkingen nooit op leden van het vrouwelijk geslacht worden toegepast en bovendien altijd met de verkleinvorm 'pietje' worden gebruikt, geeft ons al een eerste indicatie in een andere richting. Die richting (die de 'Dikke' niet aangeeft) is mijns inziens te zoeken in de Spaanse taal, meer bepaald in het woord 'PITO' en zijn verkleinwoordvorm 'PITILLO'. Laten we bovendien niet vergeten dat de Vlaamse gewesten jarenlang bevolkt werden met Spaanse soldaten en gelukszoekers en hierdoor ook historisch bevrucht werden met elementen van de Spaanse taal, zeden en cultuur.

Het Spaanse woord PITO kan men in het Nederlands ongeveer weergeven door het woord FLUITJE (in het Frans door SIFFLET) wat dus niet duidt op een 'grote fluit' (wat in het Spaans FLAUTA heet en in het Frans FLÛTE) maar op een doodgewoon, simpel fluitje, een soort landelijk herdersfluitje bestaande uit een eenvoudig, klein maar stevig en recht (riet)pijpje, al dan niet met een bijkomend luchtgaatje erin zoals dat in een modernere uitvoering gebezigd wordt door majorettes, arbiters en fluitende politie agenten die het verkeer nog op ambachtelijk - manuele wijze weten te regelen. Bovendien kan hetzelfde Spaanse woord PITO evengoed verwijzen naar een 'claxon/toeter' of naar een 'kleine sigaar/cigarillo' of - en dan zijn we waar we moeten zijn - ook naar een 'mannelijk lid/lul' (in nogal stijf Spaans ook 'pene' genoemd en in frivool Frans 'zizi' gedoopt). De Spaanse verkleinvorm van PITO is PITILLO en heeft dan in eerste instantie de betekenis van 'een zeer klein fluitje' maar daarnaast kan het ook nog verwijzen naar 'een strootje/zuigrietje' of naar 'een sigaret' of - en daar zijn we weer - naar 'een pietluttig lulletje'.

Zoals U ziet, is het Spaans en zeer rijke taal maar ook een zeer context gevoelige taal en daarom is het op het Spaanse taalfluitje altijd goed, zéér goed opletten geblazen!

Het is ook duidelijk dat het Nederlandse woord 'pietje' zoals gebezigd in de typisch Vlaamse uitdrukkingen 'een klein pietje hebben' en 'bij het/zijn pietje nemen' niets te maken hebben met een heilige Roomse Petrus of een vrolijk zingend 'kanariepietje' maar alles met het Spaanse 'fluitje', met de 'PITO' en de 'PITILLO' van waaruit de Nederlandse klankvorm 'pietje' werd afgeleid, zoals het al even duidelijk is dat dezelfde betekenisverwijzing die deze Spaanse woorden ook kunnen hebben, geschapen werd naar het beeld en de gelijkenis van het mannelijk lid(je) met een lief landelijk maar recht en stevig herdersfluitje/pijpje.

Het vormen van verkleinwoorden gebeurt in de meeste talen door combinatie van woorden met een of met verschillende vaste taal elementen die deze 'verkleining' aangeven. Het Nederlands is daarin met het vaste element '-je' en de (Vlaamse) variant '-ke' karig bedeeld. Het Spaans daarentegen is op dit punt rijkelijk gezegend, niet enkel met een creatieve reeks van verschillende vaste taal elementen die woorden kunnen 'verkleinen' maar ook met een nog veel uitgebreider en zeer gevarieerde reeks van vaste taal elementen die door combinatie met woorden tot nieuwe woorden leiden met andere betekenissen/functies. Een schoon voorbeeldje daarvan is het Spaanse woord 'PATA' ( = poot) dat door combinatie met het vaste taal element '-ADA' tot 'PATADA' wordt omgevormd, wat dan zoveel betekent als 'een slag, stoot met of van een poot'. Naast het vaste taal element '-ADA' zijn er echter ook nog andere vaste taal elementen zoals '-AZO' en '-IZA' die dezelfde soort betekeniswijziging (slag/stoot/klap...) aan een woord kunnen aanbrengen. Dit is een zeer waardevol taal-economisch mechanisme dat het vormen van compleet nieuwe woorden of het formuleren van uitvoerige omschrijvingen (zoals men in het hedendaags Nederlands maar al te dikwijls noodgedwongen moet doen) onnodig maakt.

Merkwaardig is ook dat de Nederlandse uitdrukking 'een pataat/patat krijgen of geven' (een klap/slag krijgen of geven) in de 'Dikke' als 'Belgisch Nederlands' wordt gekarakteriseerd en - zonder enig onderscheid met andere uitdrukkingen waarin het woord 'pataat/patat' fungeert - etymologisch in verband wordt gebracht met het Spaanse woord 'PATATA' ( = aardappelknol). Dit is niet alleen vrij onlogisch en onwaarschijnlijk maar bovendien vindt het woord 'pataat/patat' in de typisch Vlaamse uitdrukking 'een pataat/patat krijgen of geven' bijna als vanzelfsprekend aansluiting bij de betekenis die het Spaanse woord 'PATADA' heeft, namelijk 'een slag/klap/stoot met of van een poot'.

Het is ook opvallend hoe het Vlaamse 'pietje' in zijn betekenisverwijzing naar het mannelijk lid geen aanhang, noch succes kent in Nederland waar het steevast in allerlei uitdrukkingen, gezegdes en standjes als 'pik' wordt opgevoerd. Het woord 'pik' is van typische Germaanse komaf, het verwijst naar iets dat van een groter formaat lijkt te zijn en vooral veel agressiever aanvoelt, evenals de Duitse 'Schwanz' en de Engelse 'dick'.

De Vlaamse tale is niet zo agressief geaard, ze werd door vele talen beïnvloed, onder meer door het frivole Frans én - allicht wat verrassend - ook door het lieflijke Spaans.

20 november 2010

FOTOGRAFIE : GENTSE FEESTEN (fiestas de Gante) [40]



FUNKY FAST BÉLGICA

Imágines propias de las fiestas de Gante. Selección de fotos que reflejan mis sentimientos profundos y también ambivalentes con relación a este acontecimiento muy popular y fuertamente celebrado.

Beelden over de eigenheid van de Gentse feesten. Selectie van foto's die een uiting zijn van mijn warme sympathie maar ook van ambivalente gevoelens voor dit zeer populair evenement dat uitbundig gevierd en intens beleefd en geleefd wordt.




FOTOGRAFIE : GENTSE FEESTEN (fiestas de Gante) [39]



LA UNIDAD FAMILIAR /  HET GEZIN

Imágines propias de las fiestas de Gante. Selección de fotos que reflejan mis sentimientos profundos y también ambivalentes con relación a este acontecimiento muy popular y fuertamente celebrado.

Beelden over de eigenheid van de Gentse feesten. Selectie van foto's die een uiting zijn van mijn warme sympathie maar ook van ambivalente gevoelens voor dit zeer populair evenement dat uitbundig gevierd en intens beleefd en geleefd wordt.


 

FOTOGRAFIE : GENTSE FEESTEN (fiestas de Gante) [38]



ZONDER TITEL / SIN TÍTULO

Imágines propias de las fiestas de Gante. Selección de fotos que reflejan mis sentimientos profundos y también ambivalentes con relación a este acontecimiento muy popular y fuertamente celebrado.

Beelden over de eigenheid van de Gentse feesten. Selectie van foto's die een uiting zijn van mijn warme sympathie maar ook van ambivalente gevoelens voor dit zeer populair evenement dat uitbundig gevierd en intens beleefd en geleefd wordt.