WELKOM / BIENVENIDO


MAG IK ME VOORSTELLEN MET EEN LIEDJE?

¿PERMITE QUE ME PRESENTE CON UNA CANCIÓN?


MI CANCIÓN MUY PREFERIDA:

CUCURRUCUCÚ PALOMA



CUCURRUCUCÚ PALOMA, NO LLORES

(LIEF DUIFJE MIJN, WAAROM AL DIE TRAANTJES DIJN?)

Dicen que por las noches
no más se le iba en puro llorar;
dicen que no comía,
no más se le iba en puro tomar.
Juran que el mismo cielo
se estremecía al oír su llanto,
cómo sufrió por ella,
y hasta en su muerte la fue llamando:
Ay, ay, ay, ay, ay cantaba,
ay, ay, ay, ay, ay gemía,
Ay, ay, ay, ay, ay cantaba,
de pasión mortal moría.
Que una paloma triste
muy de mañana le va a cantar
a la casita sola con sus puertitas de par en par;
juran que esa paloma
no es otra cosa más que su alma,
que todavía espera a que regrese
la desdichada.
Cucurrucucú paloma,
cucurrucucú no llores.
Las piedras jamás, paloma,
¿qué van a saber de amores?
Cucurrucucú, cucurrucucú, cucurrucucú,
cucurrucucú, cucurrucucú,
paloma, ya no le llore
EIGEN VERTALING EN NADERE INFO OVER DIT LIEDJE:


2 februari 2009

DIE ONSE VADER IN DIE AFRIKAANS

Die Onse Vader (Our Father - The Lord's prayer)

Ons Vader wat in die hemel is,
laat u Naam geheilig word;
laat u koninkryk kom;
laat u wil ook op die aarde geskied,
net soos in die hemel.
Gee ons vandag
ons daaglikse brood;
en vergeef ons ons oortredings
soos ons ook dié vergewe
wat teen ons oortree;
en laat ons nie in versoeking kom nie
maar verlos ons van die Bose.


(Matteus 6:9-13. Die Bybel - Nuwe Vertaling, 1983)

ES DAT NIE SKOON NIE ?

30 januari 2009

A SLICE OF LIFE


Ik voel me zo rot, rot, rot...maar wat kan ik doen, doen, doen...??

Hoe zag/ziet de wereld van Kim De Gelder er uit, vraag ik me steeds maar af maar ik vind geen antwoorden, antwoorden, antwoorden...??

Daarom heb ik maar deze foto geplaatst, misschien helpt het, misschien, misschien, misschien...??



26 januari 2009

DE FOTOGRAFEN SPIEGEL (reflex)

(licht aangepaste en aangevulde versie van een oorspronkelijke 'reactie' op het item "Van zwart naar wit" op de blog van kunstenaar-fotograaf MAARTEN DINGS)



Martin, ich hoffe aus tiefstem Herzen dass es dir jetzt besser geht, dass du nicht mehr so fieberst, meine ich...

In het Hoogduits kan men dus 'fiebern', in het Nederduits (Nederlands) niet, daar moet men eerst iets 'maken', koorts maken.
Um Gottes willen, warum doch?

Over achteruit of vooruit rijden, zou ik me niet al te veel zorgen maken, het zijn immers uiterst relatieve menselijke maatstaven, begrippen die wezenlijk niets inhouden en daarom bestaan ze ook niet in de fysica, noch in de metafysica. Ze zijn des mensen, dat wel.

Maar, als men dan toch iets wil 'achter' laten, dan is het wel aan te raden om 'vooruit' te rijden. Als men 'achteruit' rijdt, laat men immers helemaal niets 'achter', integendeel men laat alles vóór zich. Dat levert een breed-breder-breedst kijkveld en enkele tijdelijke, steeds kleiner wordende voordelen op, maar ook veel nadelen, waaronder het steeds zwaarder wordend gewicht van het 'bevattelijk vatten'.

Het beste lijkt me om oplettend 'vooruit' te rijden, onderwijl ook in een grote, heldere 'achteruitkijk spiegel' in de gaten houdend wat men, al 'vooruit' rijdend, logischerwijze 'achter' zich laat. Dit is het grote nut van (achteruitkijk)spiegels, het introspectief gespiegeld nut van het retrospectief gespiegelde.

Het enige wat men met spiegels nooit mag doen, is er zelf vóór gaan staan, in elk geval niet als men aan 'vooruit' rijden denkt. In een toestand van meditatieve 'stilstand' kan het natuurlijk wel, als een zinvol middel voor zelf-reflectie, in alle betekenissen.

Ook 'snelle' foto camera's, fotografische apparaten waarmee men dus snel iets kan 'trekken', bevatten spiegels, maar dit lijkt me eerder een uitvinding te zijn die als enig doel heeft het 'Gemak' (en de commercie) te dienen, eerder dan aan een wezenlijk nut te voldoen.

(Normale) spiegel camera's hebben ook geen enkele retrospectieve functie, ze dienen enkel om een veelvoudig gespiegeld verkleind, rechtopstaand optisch beeldje te creëren van wat elkeen 'live' oneindig veel groter, beter en levensechter zó met het blote oog vóór zich kan zien.

Fotografen zijn dan ook de enige wezens in Gods Ganse Schepping - van de hoogste mens-aap tot de laagste ééncellige - die spiegels gebruiken om met het blote oog waarneembare dingen die zich VÓÓR hen bevinden, te bekijken, ook terwijl ze 'vooruit rijden'.

Het zal dus ook niet de eerste fotograaf zijn die aldus dom doende -letterlijk- op zijn geliefkoosd 'onderwerp' is gestoten, zoals ik vorige week nog via mijn digitaal aangestuurde veelkleuren 'VER-KIJKER' (**) (in het Hoogduits: FERNSEHER) kon zien hoe een spiegel-apparaat geobsedeerde fotograaf-wielerfan zijn geliefkoosd 'onderwerp' - de wielrenner (**) - de vernieling en het hospitaal 'inkeek', verblind als hij was door al dat geconcentreerd vóór zich 'kijken' via de multipele spiegelfuncties van zijn geliefkoosd spiegel-apparaat, waardoor hij uiteindelijk zijn aanstormend 'onderwerp' dat luttele seconden later een 'lijdend voorwerp' bleek te zijn, NIET had gezien! Waarschijnlijk was zijn spiegel-kijk apparaat ook ingesteld op "ZOOM", liefst ook nog op "MAXI ZOOM", waardoor hij natuurlijk nog minder besef krijgt van de werkelijke verhoudingen, afstanden en snelheden die zich in de werkelijke wereld, zonder spiegel-kijk apparaten, voordoen. ZOOM, ZOOM, ZOOM en......BOEM! De tijd is gekomen, denk ik, dat spiegel-apparaat fotografen best een goede verzekering met een forse dekking afsluiten tegen gebeurlijke 'spiegel-kijk ongelukken'.

(**) als men het in het Nederduits (= Nederlands) mag hebben over een 'wiel-renner' (= persoon die rent op wielen), waarom zou men dan niet even goed mogen gewagen van een 'ver-kijker' (= toestel waarmee men electronisch vanop verre afstand iets kan bekijken)?? In het Hoogduits is men daar meestal veel consequenter én creatiever in, hoewel de Engels-Amerikaanse 'indringer' ook daar meer en meer binnensluipt en zich kan nestelen, enerzijds uit gemakzucht bij sommige lieden uit de huidige (de)generaties én door een modieuze identificeringsdrang met het hip digitaal bargoens dat wereldwijd door "Digi's" wordt gebazeld. Digitaal 'werkende' fotografen met een hoog ontwikkeld gevoel voor en 'know-how' van digitale 'Foto Kunst & Randapparatuur' en verder ook voor en van zichzelf, zijn daar een niet onaanzienlijk deel van, in die mate soms dat 'gewone' fotograaf-collega's hen zelfs niet meer verstaan,
minder nog de digitale hoogtechnologische 'produkten' die ze per strekkende meter 'Megabyte' aan de lopende band aanmaken en de wereld rondstrooien, dikwijls ook gemakshalve benoemd als 'Fine Art Photography' of 'Photo Art'. Hun 'arty stuff' voortbrengselen staat dan ook op hetzelfde niveau (level) als het door hen uitgebraakt hip digitaal bargoens.

Over voormelde (gevaarlijke) spiegel-kijk obsessie van spiegel-apparaat fotografen kan men zich dan toch terecht afvragen: waarom toch, warum, warum, warum doch, weshalb, weshalb???

Dit filosofisch vraag - stukje raakt mijns inziens de kern van de fotografie. Fotografen zouden eens wat meer - en zónder hun geliefkoosd spiegel-apparaat, uiteraard - vóór een (gewone) spiegel moeten gaan STAAN en zich de reflectie maken: waar ben ik - in Gottes Namen- zo (geobsedeerd) mee bezig, voor wie dient het, waartoe dient het en wat brengt het mij en de mensheid op?

Een bevredigend antwoord op al die vragen, moet volgens mij tot een bevredigende conclusie kunnen leiden, tot véél minder foto's hoe dan ook, misschien ook nog tot andere, betere en dus zinvoller foto's?

Ik wou hier ook nog iets zeggen over het 'zwart' en het 'wit', maar het zal voor een andere keer zijn, mijn 'stuk' is nu al veel te lang!

Misschien toch nog even dit snel-doortje ter overdenking:

het komt mij meer en meer voor dat het oude, 'simpele' zwart en wit van de oude zwart-wit film fotografie, misschien wel eens dé essentie, dé sleutel zou kunnen zijn van de ENIGE, UNIEKE intrinsieke ARTISTIEKE (VORM)KRACHT die potentieel in het medium zit?

Dit oude zwart-wit patroon raakt immers wezenlijk de vorm der dingen en meteen ook de inhoudelijke essentie ervan als leesbare ABSTRACTIE der 'normaal' waarneembare dingen die door hun kleuren praal en chaos veelal slecht, moeilijk of onleesbaar zijn of - erger nog - verkeerd gelezen worden. Die leesbare abstractie heeft het oude zwart-wit patroon van de oude zwart-wit film ergens ook gemeen met zwart op wit geschreven letters, woorden, zinnen, verhalen en talen...

Hou je goed, Maarten, " nieder mit dem Fieber! " en rijdt misschien toch maar beter 'vooruit', zinvol gebruik makend van een (zijdelingse) 'achteruitkijk spiegel'?

Herzliche Grüsse,
jos

22 januari 2009

HET PEZEN VAN DE KUNST OF DE KUNST VAN HET PEZEN ?

Utrecht zet kunst in prostitutiepanden

Gepubliceerd: 21 januari 2009 14:31 | Gewijzigd: 21 januari 2009 14:32

Door onze kunstredactie

Rotterdam, 21 jan. De gemeente Utrecht heeft drie panden opgekocht waarin voorheen raamprostituees werkten, om er kunst in te exposeren. De etalages zijn uitstekend geschikt als tentoonstellingsruimte, zo vindt de gemeente.

   (Foto Maurice Boyer)
(Foto Maurice Boyer)

De panden bevinden zich in de Hardebollenstraat, in het centrum van Utrecht, waar al decennialang raamprostituees werken. Na klachten van omwonenden en winkeliers dat de buurt verloedert, ook door de aanwezigheid van koffieshops, maakte de gemeente een plan om de overlast in de zogeheten Breedstraatbuurt aan te pakken. Er is een ‘straatmanager’ aangesteld en met enkele seksexploitanten en horecaondernemers zijn afspraken gemaakt. Daarnaast vestigde de gemeente een voorkeursrecht op drie leegstaande panden waarin voorheen raamprostituees werkten. Toen deze te koop kwamen, nam de gemeente ze over.

Aanvankelijk was het de bedoeling om kunstenaars in de huisjes te laten werken, maar bij nadere inspectie bleken ze voor dat doel in te slechte staat en ook te klein. Maar in de etalages kunnen wel kunstwerken worden tentoongesteld. Overigens is dit niet geheel uniek: in Amsterdam hebben jonge modeontwerpers ateliers in voormalige peeskamers op de Wallen.

Vanaf vandaag tot 5 maart worden er kunstwerken in tentoongesteld die een relatie hebben met de sfeer en de bedrijvigheid in de straat. ‘Een ander daglicht. Kunst achter de ramen’, heet het project. Ramona van Silfhout toont een levensgrote tekening van de personages ‘Leshy’ en ‘Kyra’, die volgens haar „de strijd tussen het dierlijke oerinstinct en de beschaving” vertegenwoordigen. Daarnaast is een film van Elaine Vis te zien van een meisje dat in een doorzichtig jurkje door een kamer loopt en briefjes met de waardeoordelen ‘good’ en ‘bad’ op de meubels plakt. Helma van Nuenen maakte een installatie van twee films van handen. De ene draait een krul in een haarlok, de andere toont een ontsnappende haarlok.

De presentatie van de werken gaat dag en nacht door. Als het donker is, worden de werken uitgelicht, net als de prostituees.

BRON: NRC HANDELSBLAD

28 december 2008

TRAM, GSM en BOEKJES

Een paar weken terug zat ik op de Gentse tram, richting veldstraat en FNAC, met het doel een paar boekjes te kopen die ik al een tijdje op het oog had. Veel volk op die tram, veel GSM-end volk, de GSM mens in het GSM tijdperk. Ik vind al dit ongevraagd en ongemanierd publiek lange afstands gebabbel en gebrabbel en de bijhorende kakofonie van allerlei soort gebel, gezoem, getril en getoeter eigenlijk wel wat storend, vooral in een beperkte ruimte zoals een tram. Wat hebben al die mensen elkaar zo nodig en zo dringend toch te melden of te vertellen dat niet een paar uurtjes of zelfs minuutjes kan wachten, vraag ik mij dan af. En wat hebben ze thuis dan nog tegen elkaar te vertellen dat al niet via het lange afstands babbel apparaat werd verteld? Of verbreken ze thuis de ondraaglijke stilte door via het lange afstands babbel apparaat weer met andere externe "communicators" te babbelen? Verdragen ze de "stilte" niet meer, zijn ze bang van zichzelf en van elkaar, voelen ze zich misschien eenzaam of zijn ze gewoon lange afstands babbel ziek of een beetje geestesziek? Is dit nu een teken van toegenomen communicatie of integendeel een uiting van een gebrek aan communicatie? Voor, achter en naast mij moet ik in elk geval veel ongevraagd en ongewenst gelal en gelul aanhoren, intimiteiten ook waar ik niets mee te maken heb of wil hebben. Als mensen (op de tram) nu eens vrijwillig met elkaar zouden praten, op een normale fysisch voelbare praat-en luister afstand, zonder dat daar een babbel apparaat voor nodig is, i.p.v. de indruk op te wekken dat ze als gekken luidop tegen zichzelf of tegen een apparaat aan het praten zijn, zou dit niet gezelliger en gezonder zijn voor iedereen?

Maar ja, het zal wel de veelgeprezen vooruitgang zijn, de nieuwe beschaving, zegt men, de verschijning van de lange afstands mens, de apparaat primaat.

De boekjes nu:

1. Een foto boek: MAGNUM, MAGNUM, uitgegeven naar aanleiding van de 60 ste verjaardag van het (pers)foto collectief MAGNUM, een Nederlandstalige handzame editie door uitgeverij lannoo aan 1 /3 van de prijs van de Engelstalige eerste luxe editie die eerder in een buitenmaats formaat en met een onhandelbaar fysiek gewicht van +/- 10 kg verscheen (veeleer een boek om naar te kijken, niet om in te kijken). Interessante foto's en toelichtingen over en door interessante Magnum fotografen, maar duidelijk toch vooral gemaakt om geld in het Magnum laatje te brengen, rechtstreeks via deze edities en onrechtstreeks als uitgekiende promotie actie voor de verkoop van 'historische' produkten van het gerenommeerd collectief. Niet echt begeesterend en zeker niet revelerend. Het illustreert vooral de crisis in de persfotografie en de fotojournalistiek, de voortschrijdende "verkunsting", verschraling en de op "kunst" gerichte commercialisering van het medium fotografie in het algemeen, de kunst-matige opgefoktheid van een stuurloos medium in nood dat zich wanhopig vastklampt aan de schijnbare reddingsboei van de "kunst", het begin van het einde

2. Een foto boek: BERLIN, uitgegeven door de Duitse uitgeverij Taschen die meestal goede (foto) waar aanbiedt tegen normale, betaalbare prijzen. Het boek biedt een lezenswaardig en vooral zeer kijkenswaardig overzicht van de geschiedenis van de stad Berlijn, met bijzondere aandacht voor Duitse fotografen met vooral zeer veel uitstekende foto's van onbekende, anonieme (Duitse) fotografen. Fotografie zoals het is, zoals het op zijn best is, niet zoals de "kunstpausen" ons voorhouden dat het zou moeten zijn. Een prachtig en interessant fotoboek, een visueel inhoudelijk zeer sprekende en boeiende, onverbloemde ontdekkingstocht doorheen de merkwaardige geschiedenis van deze merkwaardige stad, zijn functies en zijn mensen. Een boeiende mensen stad, een stad die een verleden maar ook een toekomst uitademt, een historische stad, een groeiende stad, een cultureel trefpunt en een levendig cultureel en sociaal experimenteel centrum, een cultureel en sociaal "broeinest".
In de marge hiervan, doe ik u ook kond van mijn plannen om op de iet of wat langere termijn te emigreren naar Duitsland en mij te vestigen in de hoofdstad Berlijn. Ten gerieve van hen die het zou kunnen interesseren, laat ik te gepasten tijde wel weten wannneer het zo ver is en welke mijn nieuwe woon en leef coördinaten zullen zijn. Gasten die niet al te veeleisend zijn op het vlak van logeer comfort zullen welkom zijn, inklusive ein herzliches Angebot von "Kaffee und Kuchen" oder, nach Wunsch, "Bier und Schnaps"!

3. Een lees boek: IN DE WERELD VAN JAN HOET. Fragmenten van een persoonlijk "dagboek" met aantekeningen, observaties, overpeinzingen, meningen en standpunten van een bijzonder man met een bijzondere kijk op "kunst", reflecties over het leven en de dood, over zichzelf en over anderen, over zin en onzin in de "kunst", over het verleden en over de toekomst, over Vlaanderen en over Gent, over CHAMBRES D'AMIS, het SMAK, DOCUMENTA EN MARTa, over Duitsland en de Duitsers, over academisch schilderen en beeldhouwen, over niet academisch schilderen en beeldhouwen, over artistieke visies en over artistieke valuta, over kunstenaars, kunstminnaars, kunstliefhebbers, kunstverzamelaars en kunstsjacheraars, over van alles en nog wat, maar géén woord over fotografie. Een merkwaardig zwijgen van een merkwaardig man over een merkwaardig(?) medium dat toch zo graag tot de "kunst" wil behoren.

Het boekje rondt af met de volgende bedenking van Jan Hoet (1991) : "ik weet niet wat kunst is. De kunst zelf zal ons vertellen wie ze is. Niet ik. Ik kan alleen maar een ticket voor de ontdekkingsreis aanbieden."

Dit zijn magische woorden, magische Worte eines Magiers, eines Magikers.
Die Magie der Kunst oder die Kunst der Magie?

Het doet mij een beetje denken aan de verhalen van Willem Elsschot die eigenlijk Alfons De Ridder noemde, aan de magische verhalen over Kaas over Het Been over Lijmen en over magische handel in Magische Zeepbellen, aan de magische verhalen over het wezen van het Geld waarvan ook niemand kan zeggen wat dat precies is, geld, al kent men er een grote waarde aan toe, waarbij alles valt of staat met "het toekennen", niet met de "waarde". Dé vraag over het Geld is dus niet "wat is de waarde?" maar wel "wie kent de waarde toe?". Dé vraag over de Kunst is blijkbaar ook niet "wat is kunst?" maar wel "wie bepaalt wat kunst is?"

Het is een bijzonder interessant en leerrijk boekje, een open boekje dat vlot leest, maar geen "boekjes opent ". Men kan zich toch wel de vraag stellen hoe het te verklaren is dat iemand die een groot deel van zijn leven wijdt en opoffert aan de kunst, bezig is met kunst, kunst materieel opspoort, evalueert, voor het publiek en de gemeenschap verzamelt, schikt, toont en valideert als ware kunst, uiteindelijk tot de conclusie komt dat hij niet wist en niet weet wat kunst is maar enkel een ticket kan aanbieden voor een avontuurlijke safari in het sprookjesland van de ondefinieerbare kunst om daar misschien het magisch moment te beleven waarop de kunst zichtbaar en herkenbaar wordt, "spreekt" en zelf zegt wie en wat ze is? Is dat niet het fantastische beeld van de magicien in het zwarte kleed met de lange mouwen die met zijn toverstokje spring levend huppelende konijnen uit zijn hoge hoed tovert en daarna beweert dat er helemaal niets in zijn hoge hoed stak en dat het met verstomming geslagen publiek dan maar aan de konijnen zelf moet vragen van waar ze komen en wie ze echt zijn??

4. Een studie boek: LICHTPAPIER, uit de kop en van de hand van Dirk Lauwaert, cultuurfilosoof, kunstcriticus en docent beeldmedia aan de hogescholen R.I.T.S en Sint Lucas Brussel, uitgegeven door het fotomuseum A'pen in de reeks "bibliotheek van de fotografie". Korte essays en beschouwingen over het wezen, de betekenis en de functies van fotografie (en film). Ook zeer interessant en leerrijk maar absoluut niet vlot leesbaar, soms gewoon niet te pruimen, uitsluitend toegankelijk en begrijpelijk voor lezers met een zekere culturele en taalkundige bagage en een grondige voorkennis van de geschiedenis der schone kunsten en der fotografie, liefst ook nog bijkomend gewapend met vóór zich een encyclopedie van de kunst door de eeuwen heen, naast zich de Dikke van Dale en achter zich een boekenkast gevuld met de fundamenten der filosofie. Een geïnformeerd man is er twee waard, zou ik zeggen.

Maar de man, de auteur bedoel ik, weet iets, weet veel, vergelijkt, maakt syntheses en ontwikkelt eigen gedachten en zeer interessante visies en standpunten. Een aanrader voor wie zich wil verdiepen in het wezen van de kunst, de esthetiek én de ethiek, met een grote nadruk op de maatschappelijke en culturele functies van de beeldmedia, een diepgravende zoektocht ook naar het speciek karakter en functies van de fotografie.

Het is dus, zoals gezegd, geen gemakkelijk leesvoer en men kan zich afvragen welk doelpubliek de redactie van het fotomuseum A'pen hiermee eigenlijk voor ogen had, maar het is in elk geval al stukken, hele brokken beter dan de 'inhoud' van de vorige 2 boekjes uit de reeks "bibliotheek van de fotografie" die gewoon uiterst bar slechte 'vertalingen' in een uiterst bar slecht Nederlands zijn van hier en daar willekeurig bijeengescharrelde essays die op geen enkele manier zinnig bij elkaar aansluiten. Men kan zich afvragen wat, behalve het manifest onnut van een cursus Zoeloe Nederlands, hiervan het nut zou kunnen zijn?

Ter afsluiting: het ligt in mijn bedoeling om, via een aparte blogsite, een virtuele 'dialoog' aan te gaan met sommige inhouden en standpunten van de boekjes " in de wereld van Jan Hoet" en "lichtpapier" van Dirk Lauwaert, naast het zelf aanleveren van goede vertalingen of samenvattingen in een leesbaar Nederlands van anderstalige essays over het wezen en de algemene of bepaalde specifieke functies van het medium fotografie.
We zullen zien.

27 december 2008

PRO - TEST

Onderstaand bericht, geplaatst op de op persfotografie gerichte maar ook breed- informatief gestoffeerde blog van Jan-Edward, illustreert in een zekere zin het nakend failliet van de "professionele" (pers)fotografie, failliet dat de beroepsfotografen gedeeltelijk aan zichzelf te 'danken' hebben.

Waar ze in jammerende maar tegelijk ook pretentieuze bewoordingen menen te moeten gewagen van "een devaluatie van het vak" en "een bedreiging voor de noodzakelijke professionele kwaliteit" zouden ze beter eerst eens op de eigen borst kloppen. Naast de onmiskenbare invloed van de steeds groter wordende standaard-uniforme perfectie en het gebruiksgemak op het vlak van de automatisering en digitalisering van het medium als techniek en technisch apparaat, gekoppeld aan lage kosten en grote verspreiding, is de inhoudelijke "devaluatie' van de (pers)fotografie het gevolg van een nonchalante houding van de beroepsfotografen zelf tegenover hun medium en zijn specifieke functies en zeggingskracht.

Onder de nefaste invloed van een veralgemeende "verkunsting" van het fotografisch beeld en in het bijzonder van de hedendaagse artistiek-conceptuele opvattingen en trends dat "alles kunst kan en moet zijn", menen vele beroepsfotografen - onder het dwaas en verdwazend motto 'hoe minder visie en inhoud, hoe meer kunst' - dat zelfs de meest banale en niets zeggende foto een "kunstwerk" is en dus sowieso geschikt voor publicatie en expositie. Dan moet men ook niet verwonderd en zeker niet verontwaardigd zijn als uitgevers tot de bevinding komen dat het aan de lopende band produceren van 'de meest banale en niets zeggende foto's' niet het exclusief voorrecht kan zijn van "beroepsfotografen" maar in het bereik en de mogelijkheden ligt van Jan en Alleman die over een digitaal foto/video apparaatje of zelfs over een doodgewoon multifunctioneel mobieltje beschikt. Klik, klik, klik en weer een "kunstwerk", nog een en nog een...enz.

Als men er bovendien als persfotograaf geen punt van maakt om ongebreideld en ongegeneerd gebruik en misbruik te maken van de quasi ongelimiteerde mogelijkheden van de digitale manipulatietechnieken waardoor optisch geregistreerde beelden naar wens en behoeven (het financieel doel heiligt de middelen) in professionele "arty plaatjes" worden omgetoverd, ja, dan klinkt het argument van de bedreiging van de "noodzakelijke professionaliteit" wel erg hol, tegenstrijdig en vals. (zie in dit verband ook de recente items op de blog van Jan-Edward over de Nederlandse fotojournalist- meester - beeldmanipulator Jean-Pierre Jans)


Daarom blijf ik ook zeggen, benadrukken en herhalen: het wordt hoog tijd dat (pers)fotografen zich meer gaan concentreren op een bewust en doordacht gestructureerde maatschappelijk gerelateerde inhoud, betekenis en zeggingskracht van hun fotografische beelden i.p.v. op vrijblijvende, ondoelmatige en automatisch geproduceerde "kunst" en zijn kunstige vormen en non-vormen, meer met hun analoog 'hoofd' werken dan met hun digitaal 'apparaat', meer respect hebben voor zichzelf én voor hun publiek én voor de wezenlijke functies van hun medium i.p.v. zich te laten leiden door misplaatste eerzucht als "kunstenaar" en het gemakkelijk geldgewin dat hiermee wordt geassocieerd.




woensdag, december 03, 2008

Protest van Belgische Vereniging Beroepsfotografen

De Nationale Vereniging van Beroepsfotografen in België protesteert tegen het voornemen van mediagroep Corelio om vanaf 2009 voor de regionale pagina's van Het Nieuwsblad voor foto's niet langer beroep te doen op professionele fotografen maar op de schrijvende medewerkers. De maatregel is een onderdeel van de herstructurering die Corelio dinsdag bekendmaakte.

In een mededeling aan de medewerkers stelde hoofdredacteur Peter Vandermeersch dinsdag dat ook de aanlevering van het algemeen regionaal nieuws herzien wordt. "De technologie is zodanig geëvolueerd dat beeldmateriaal niet langer het exclusieve terrein is van specialisten. Met digitale fototoestellen beeldmateriaal versturen via internet is voor iedereen haalbaar en de basistechnieken voor fotografie zijn voor iedereen toegankelijk", aldus Vandermeersch.

De beroepsorganisatie bestempelt de beslissing als een devaluatie van het vak, broodroof voor erkende persfotografen en een bedreiging voor de noodzakelijke professionele kwaliteit. "Dit is een terugkeer naar de tijd waarin al wie kon lezen en schrijven zich als journalist kon voordoen", aldus de Nationale Vereniging van Beroepsfotografen.

Dat Corelio de betrokken schrijvende medewerkers voortaan 16 euro per foto wil betalen, noemt de beroepsorganisatie "beneden alle peil".

Bron: Belga.
# posted by Jan-Edward : 18:42

25 december 2008

1 TAAL IS NOOIT GENOEG NIE



Sal jy met my dans, assblief?


Ja, 'n bietjie!




GESEËNDE KERSFEES EN 'N GELUKKIGE NUWE JA
AR!







ANDER NUUS VOLG OP HIERDIE WEBWERF



Ek is lief vir jou

LEKKER DAG!







12 november 2008

BRUCE GILDEN EN AANVERWANTE VERHALEN

Hierna een beknopte bespiegeling over het wezen, het doel en het nut van de fotografie, als 'reactie' op een nogal druk becommentarieerd item op de fotoblog van de Vlaamse fotograaf JIMMY KETS
die onder meer de Amerikaanse Magnum fotograaf BRUCE GILDEN tot zijn idolen rekent en daaraan ook zijn eigen fotografisch werk ten dele spiegelt, toetst of afmeet. Het verschil zit hem mijns inziens vooral hierin dat Bruce Gilden sociologie studeerde en bestudeerde vóór hij fotograaf werd en dat Jimmy Kets daar als fotograaf nog moet aan beginnen of dat 'vak' althans toch dringend indringender zou moeten onder handen nemen, zo hij in het rijtje der Groten zou wensen te belanden. Het ligt ook, zoals ik al eerder zei, een stuk bij onze Belgische kunst academies en andere kunst- en grafische instituten die de aspirant fotografen op dat vlak flagrant onvoldoende en ondoelmatig opleiden of stimuleren. Maar uiteindelijk moet men natuurlijk wel zelf tot die kennis, inzichten en attitudes (kunnen) komen en dat vergt aanleg, wil, tijd én inspanningen en bovenal ook de nodige dosis zelfrelativering, nederigheid, geduld, zelfvertrouwen én het aanvaarden van het gegeven dat fotografie op zich geen Kunst is noch kan worden maar slechts één van de bruikbare elementen of instrumenten is in de creatie van Kunst als communicatief 'totaal concept' en in het allerbeste geval (wereld top fotografie) hoogstens kan worden beschouwd, gepercipieerd als een autonome kunstvorm, door mensen die denken daar een valabele reden toe te hebben, maar in elk geval nooit door de fotograaf zelf.

Er is dus een wezenlijk verschil tussen iemand die zich 'fotograaf-kunstenaar' noemt en iemand die kunstenaar-fotograaf is. Het eerst is een (zelf)bedrieglijke luchtspiegeling, een veel voorkomende valse fata morgana, het tweede bestaat echt maar is veel zeldzamer, schaars zeg maar.
Een kunstenaar-fotograaf herkent men niet aan hoe hij/zij fotografeert (de vorm of stijl en nog minder aan het formaat van de foto) maar in eerste orde aan WAT hij/zij fotografeert en in secundaire orde aan de wijze waarop hij/zij het 'wat', zijn/haar benadering van en visie over bepaalde aan de wereld, de mens en zijn maatschappij gerelateerde fenomenen, visueel uitdrukt, beeldend vertaalt, verhaalt, communiceert en presenteert. Al de rest is 'foto technica', 'fotografica' in de pure technische betekenis van deze (licht misleidende) term zoals die nog altijd in zwang is aan onze Belgische foto academies die de schijnvertoning van een kunstzinnig-diepzinnig aandoende vorm nog altijd belangrijker vinden dan het aantoonbaar aanwezig zijn van een onderliggende reële communicatieve inhoud, onderwijl creatief voortsabbelend en voortkabbelend op de immer wisselende golfjes van vlotjes slijtbare 'trendy art'.

Hiermee loop ik al een beetje vooruit op conclusies die nog moeten komen maar de 'eerste steenlegging', het primair fundament is er blijkbaar al.





"In den beginne werd fotografie ervaren als een handige, snelle manier om iets 'af te schilderen' Later dachten sommigen dat men er ook kon mee 'schilderen'. Aangezien alle foto apparaten overal ter wereld hetzelfde voorwerp ook precies hetzelfde 'afschilderen', bedacht men allerlei technische trucs om het doen voorkomen alsof elke fotograaf hetzelfde voorwerp met hetzelfde apparaat een beetje anders 'schilderde'. Heden ten dage bedenken sommige fotografen met een fanatieke artistieke roeping allerlei foefjes om de goedgelovigen te doen geloven dat hun foto's van een bepaald voorwerp 'Kunst' zijn, in schril contrast met die foto's van hetzelfde voorwerp die geen 'Kunst' zouden zijn. Aangezien dat contrast meestal niet goed zichtbaar is, valt men als doorslaggevend (verkoops)argument terug op tot de verbeelding sprekende ' prestatie statistieken' van wedstrijden, tentoonstellingen, galeries, musea, op de schijnbaar artistiek geïnspireerde evangeliën van de 'name, fame and money makers', op de sprookjeswereld van het 'idolendom'...en op de wijdverspreide misvatting dat de Context (variaties in plaats, sfeer, afwerking, kader, formaat....) de foto tot kunst schept.

Ik ben van mening dat fotografie nog altijd is zoals het in den beginne was en mijns inziens ook zal blijven, nl. niets meer dan een handige, snelle en efficiënte manier om iets 'af te schilderen'. Hoe dat gebeurt bepaalt het apparaat en toebehoren, het enige echt interessante aan een foto is WAT er in te zien en te beleven valt. Aangezien de meeste mensen de meeste dingen gewoon zelf met hun eigen kijkapparaat, nl met hun ogen, rechtstreeks kunnen zien en beleven en dit bovendien veel beter en multifunctioneler kunnen doen dan via een vlakke afbeelding, zou een fotograaf zich af en toe eens de vraag kunnen stellen of het wel de moeite waard en zinvol is om van iets een foto te nemen onder de vorm van een tweedimensionale optische projectie en dit aan anderen te laten zien als iets wat de fotograaf heeft gezien. Een goed antwoord op die vraag vergroot de kans op een 'goede' foto. Een slecht uitgangspunt is alleszins de verwaande gedachte dat de fotograaf per definitie dingen zou kunnen zien en vastleggen die anderen met hun eigen ogen niet zouden (kunnen) zien. Dit verklaart waarom veel met artistieke pretenties behangen foto's ten gronde niets meer zijn dan totaal overbodige, nutteloze en zinloze afbeeldingen van wat iedereen zelf - en op de koop veel beter - met de eigen ogen 'live' kan zien. Alleen sommige fotografen 'onder elkaar' en sommige jury's die de individuele en vooral hun eigen subjectiviteiten als evenzovele Heilige Artistieke Koeien vereren, denken, neuten en leuteren daar anders over. Het is meteen de kiem van het nakend failliet van de fotografie als maatschappelijk betekenisvol beeld medium, ook in de persfotografie.
Voor het overige is het natuurlijk aan elkeen van harte gegund om zich voluit te vermaken en te vermeien met het (foto)apparaat als hartverwarmend en troost brengend troetelding, ik doe dat zelf ook, ongeveer zoals verwoede duivenliefhebbers dat met hun vliegende troeteldieren doen, met dien verstande dat de toegangspoorten tot de heilige tempels der Kunst voor duivenliefhebbers en hun gevleugelde diertjes vooralsnog gesloten blijven."

9 november 2008

PUNCTUM PARTY ( ein warmherziges Benefizgefühl )



PLASTIEK BUNKER

GROENE
BANDEN BINDEN

PRETTY
PEOPLE

DA N S EN


DAVEREND DALEN DENDERENDE DONDERS
DONKER BONKEND

PUNC
T UM
PUNCTUM.


5 november 2008

INTERMEZZO 3 : BARACK OBAMA



BARACK OBAMA

O Bama Bambi Bwana

Brown Boost Samba

Bless America

S.ave O.ur S.ouls

Save

S u f f e r i n g
AFRICA


( I have a DREAM )