WELKOM / BIENVENIDO


MAG IK ME VOORSTELLEN MET EEN LIEDJE?

¿PERMITE QUE ME PRESENTE CON UNA CANCIÓN?


MI CANCIÓN MUY PREFERIDA:

CUCURRUCUCÚ PALOMA



CUCURRUCUCÚ PALOMA, NO LLORES

(LIEF DUIFJE MIJN, WAAROM AL DIE TRAANTJES DIJN?)

Dicen que por las noches
no más se le iba en puro llorar;
dicen que no comía,
no más se le iba en puro tomar.
Juran que el mismo cielo
se estremecía al oír su llanto,
cómo sufrió por ella,
y hasta en su muerte la fue llamando:
Ay, ay, ay, ay, ay cantaba,
ay, ay, ay, ay, ay gemía,
Ay, ay, ay, ay, ay cantaba,
de pasión mortal moría.
Que una paloma triste
muy de mañana le va a cantar
a la casita sola con sus puertitas de par en par;
juran que esa paloma
no es otra cosa más que su alma,
que todavía espera a que regrese
la desdichada.
Cucurrucucú paloma,
cucurrucucú no llores.
Las piedras jamás, paloma,
¿qué van a saber de amores?
Cucurrucucú, cucurrucucú, cucurrucucú,
cucurrucucú, cucurrucucú,
paloma, ya no le llore
EIGEN VERTALING EN NADERE INFO OVER DIT LIEDJE:


13 augustus 2011

KUNST? / ARTE? : BEYOND THE DOCUMENT / VOORBIJ HET DOCUMENT / MÁS ALLÁ DEL DOCUMENTO / AU-DELÀ DU DOCUMENT / AM DOKUMENT VORÜBER ( 2 ) VERVOLG )

Hieronder, uit BRUSSEL NIEUWS.BE, (tip : via de knop 'rondleiding' kan U op deze webstek ook luisteren naar toelichtingen die sommige tentoongestelde fotografen hier bij hun werk geven) een verkennend vraaggesprek met de curator van 'BEYOND THE DOCUMENT' waarvan de tekst op sommige plaatsen door mij enigszins 'grafisch' (lettertype, kleur, onderstreping) werd aangepast om visueel de aandacht op bepaalde punten of uitspraken te vestigen. Mijn eigen bemerkingen of kritische opmerkingen bij sommige standpunten van de curator heb ik - in blauw gezette lettertekens - telkens geplaatst onder het antwoord van de curator op de desbetreffende vraag van de interviewer.

Vooraf dient gezegd dat de vragen van de interviewer - Heleen Rodiers - zeer gericht, pertinent én kritisch zijn geformuleerd, wat ik zeer kan waarderen. Maar ook de wijze van antwoorden van de curator fotografie bij Bozar - Frank Vanhaecke - kan ik wel appreciëren omdat zijn antwoorden in het algemeen weinig ontwijkend, direct, open en eerlijk zijn geformuleerd, wat niet van alle 'kunst curatoren' kan worden gezegd. Al met al biedt dit het grote voordeel dat we een beter zicht krijgen op wat de curator met deze thema tentoonstelling op het oog heeft en wat hij - naar het publiek toe - er precies mee wil (aan)tonen. Dit is hoe dan ook een verdienste op zich, ongeacht de visie of de standpunten van de curator en hoe ik er zelf kritisch en meestal ook anders of afwijkend tegenaan kijk. De meerwaarde zie ik juist in het verschil, niet in het gelijk(e).

Beyond the document: tussen documentaire en kunstfotografie


HELEEN RODIERS
Veertien Belgische fotografen bewandelen de lijn tussen documentaire en kunstfotografie. Beyond the document brengt het relaas van hun zoektocht naar nieuwe expressievormen binnen de fotografie waarbij het onderwerp op de foto ondergeschikt is aan de vorm waarin het wordt gepresenteerd.
 
“Per dag krijgen we massaal veel beelden te verwerken. Wij 21ste-eeuwers kunnen daar alleen maar mee omgaan door die massa beelden op te delen in categorieën. Je kan in de beeldenstroom onmogelijk elk beeld op zijn waarde schatten, interpreteren of zelfs maar onthouden. Het is gewoon teveel. Dus maken we bewuste en onbewuste categorieën in ons hoofd. Bij een journalistiek beeld heb ik de neiging om dat ook te geloven. Zien we een publicitaire foto, dan hebben we daar een heel andere reactie op. Zo’n beeld hoef je niet per se voor waar aan te nemen. Zie ik een wetenschappelijke foto, dat is weer wat anders. De fotografen die zijn geselecteerd voor Beyond the document proberen te ontsnappen aan de gebruikelijke categorieën en zoeken naar nieuwe vormen van fotografie.” Aan het woord is Frank Vanhaecke, curator fotografie bij Bozar. Samen met het fotomuseum in Antwerpen en Charleroi stelt hij in de schaduw van de grote zomertentoonsteling Jeff Wall: The crooked path
Belgische fotografen die eveneens spelen met het documentaire karakter van de fotografie.

Beyond the document toont werk van viertien fotografen of beter dertien want Christine Felten en Veronique Massinger zijn het duo Felten-Massinger. Is dat het enige talent dat België rijk is?

Frank Vanhaecke: We hebben het onderwerp afgebakend en onszelf criteria gegeven voor de selectie. Het oorspronkelijk idee was om een tentoonstelling te houden over Belgische fotografie maar als je daar aan begint kan je even goed 150 fotografen tentoonstellen. Je krijgt een amalgaam van beelden waar nauwelijks een rode draad in te vinden is. Een soort van vitrinetentoonstelling als je wil.

FOTOGRAFICA : alerte interviewer (zie haar volgende vraag).


Over welke criteria hebben we het dan?

Vanhaecke: Uiteraard Belgische fotografen en in de tweede plaats fotografen die op zoek gaan naar een nieuwe manier van kijken. Hun verhouding tot de realiteit is anders. Het is niet dat deze fotografen de werkelijkheid uitvergroten, dramatiseren of op één of andere manier beschadigen. Nee de werkelijkheid blijft puur zoals zij is, daarom is de tentoonstelling ook getiteld Beyond the document. Het werk van deze fotografen kan dienen als document omdat ze zo respectvol met de werkelijkheid omgaan. Maar anderzijds is het ook zo dat deze fotografen niet documentair te werk gaan. Ze gebruiken een format dat we niet kennen. Deze tentoonstelling moet je vanuit de vorm bekijken. Dat is de primaire bedoeling van die kunstenaars.
Beyond the document gaat niet over een bepaald thema en al helemaal niet over België. Eigenlijk is het onderwerp secundair. Ook willen we niet hebben over stijl.

FOTOGRAFICA : als ik de curator hier goed begrijp zijn de foto's van de geselecteerde fotografen puur documentair (fotografische registraties) maar het bijzondere ervan zou niet liggen in het geregistreerde onderwerp (het thema van het document) maar enkel of hoofdzakelijk in de vorm waarin die foto's (door de fotograaf ?) gepresenteerd worden. Het gaat er dus volgens de curator wezenlijk om hoe 'fotografen' erin slagen om afdrukken van fotografische registraties 'artistiek' te PRESENTEREN. De 'fotograaf' als  presentator, vormgever, decorateur, decor bouwer, 'installateur', 'designer', boekbinder, caligraaf, knutselaar, puzzelaar... 
Vanuit zo'n visie over 'fotografie' is het uiteraard niet meer nodig dat een fotograaf zich nog 'fotograaf' noemt en -  verder gaand op dezelfde lijn - is het zelfs niet meer nodig dat men 'foto's' als uitgangsmateriaal zou bezigen. Het 'vormgevend werk' kan dan evengoed of zelfs nog beter worden uitgevoerd met om het even wat ( bierviltjes, legoblokjes, conserveblikjes, PEP flessen, briquets, tandenstokers, zilverpapier, papiersnippers, confetti, enzovoort ...)
Als dit het uitgangspunt van de 'fotografie' tentoonstelling 'beyond the document' moet zijn, dan kan het inderdaad over vanalles gaan en kan men zich daar vanalles bij voorstellen, behalve dan fotografie. In die zin spreekt de titel van deze tentoonstelling boekdelen :  het gaat veel verder dan voorbij het document, deze tentoonstelling gaat gewoon niet over (fotografische) documenten maar over het creatief presentateren van 'dingen'.


Vanhaecke:  Bruno Stevens, Carl De Keyzer, Patrick De Spiegelaere - om maar enkele Belgische documentaire fotografen te noemen - schieten beelden die dicht aan de realiteit kleven maar ze geven er met hun zeer expressieve stijl een meerwaarde aan. Dat is evenwel iets anders dan het zoeken naar een nieuwe taal.

 De tentoongestelde fotografen gaan hun deur niet uit met het idee: “Ik ga nu eens een betoging gaan fotograferen”. Ze weten al op voorhand wat ze op beeld willen vastleggen. Het onderwerp komt niet uit de realiteit, het komt uit hun hoofd. En dat is een heel andere manier van werken dan die van de documentaire fotografie."

FOTOGRAFICA : 'fotografen' die hun 'onderwerpen' niet uit de realiteit halen maar uit hun 'hoofd', dat kan niets anders zijn dan 'fotografen' die foto's maken van 'onderwerpen' die alleen virtueel in hun 'hoofd' bestaan, foto's waarvan het ingebeelde 'onderwerp' fysisch visueel onzichtbaar is in de foto en dus ook onzichtbaar voor de fotograaf zelf en voor iedereen die naar die foto kijkt. Dit is uiteraard geen documentaire fotografie maar virtuele, ingebeelde, niet reëel bestaande 'fotografie'. Enkel indien deze met bijzondere gaven begiftigde 'fotografen' in staat zouden zijn om - zonder daarvoor een fotoapparaat als optisch medium te hoeven gebruiken - de in hun 'hoofd' virtueel/latent gevormde 'onderwerpen' rechtstreeks reëel af te drukken op een reële papieren drager, zouden we deze wonderbaarlijk nieuwe soort  'foto's' echt kunnen zien. Dan zouden we ook kunnen zien wat niemand ooit met eigen ogen heeft kunnen zien. Een nieuwe, ongekende wereld van onbekende 'dingen' zou ons worden geopenbaard op het fictieve moment waarop 'fotografie' ook echt Kunst zou kunnen zijn en meteen ook het moment waarop de fabrikanten van op reële optische beeldvorming gesteunde foto-apparaten meteen hun deuren zouden moeten sluiten. Zo ver zijn we evenwel nog niet, behoudens dan blijkbaar in de gedachten, in de fantasie en in de droomwereld van de curatoren  van 'beyond the document'.

De echte fotografen Bruno Stevens, Carl De keyzer en Patrick De Spiegelaere - zaliger mogen zich gelukkig en vereerd voelen dat de met een echt foto-apparaat geregistreerde echte onderwerpen die in hun foto's echt te zien zijn uitsluitend uit de echte realiteit komen en niet uit hun 'hoofd'. Deze fotografen hoeven niet te zoeken naar een 'nieuwe taal', ze hanteren de taal - de enig mogelijke taal - die het medium hen biedt en ook gebiedt, nl. de taal van het fotoapparaat (en toebehoren). Bovendien doen ze dat met kennis, inzicht, creativiteit én stijl waardoor ze zich ook kunnen onderscheiden van 'anderen'. Over deze fotografen durven suggereren dat ze - in tegenstelling tot de in Bozar tentoongestelde fotografen - niet op voorhand zouden weten en beseffen wat ze met en in hun beelden willen vastleggen en naar voor brengen, getuigt niet alleen van kortzichtigheid en een tekort aan inzicht in en respect voor het werk van deze fotografen maar het is vooral ook een uiting van een soort van blindheid voor alles wat niet in het eigen, zelfbedacht en voorbedacht artistiek 'concept' lijkt te passen. Dit versterkt meteen ook het vermoeden dat de aanhangers van het 'artistiek denken' behept zijn met de dwangmatige onhebbelijkheid om alle 'dingen' uit de reële wereld gedwongen te transformeren naar een zelfbedacht virtueel artistiek 'format' dat ze 'in hun hoofd' hebben en waarmee ze een fictieve, illusoire schijnwereld 'creëren' die ze aan zichzelf en aan anderen als 'reëel voorhouden en waaraan ze eigenmachtig nieuwe 'waarden' toekennen die ze met de overkoepelende term 'kunst' bedekken en bezegelen. Het hier door de curator gebezigde begrip 'nieuwe taal' is een perfecte illustratie van dit dwangmatig 'artistiek' denkmechanisme. Die 'nieuwe taal' die de curator hier zo als vanzelfsprekend maar totaal ongedefinieerd naar voor brengt bestaat immers niet echt en kan dus ook niet echt worden gebruikt door fotografen, maar ze spookt wel als een fictief, illusoir, virtueel 'format' rond 'in het hoofd' van de curator. De curator gaat er ook vanuit dat als hij verkondigt dat de in Bozar tentoongestelde fotografen een 'nieuwe taal' bezigen, het goedgelovige kunstminnende publiek per definitie aanneemt dat dit ook zo is, ook al kunnen ze dit niet met hun eigen ogen zien en dus ook niet verifiëren, ver van waarderen.

Er bestaan natuurlijk wel verschillen in de concepties, de bedoelingen en intenties waarmee fotografen de realiteit en de reële 'dingen' benaderen, selecteren en fotografisch registreren. Een eerste selectie is deze onder de 'dingen' zelf : de ene kiest dit en de andere kiest dat als 'onderwerp' om fotografisch te registreren maar in beide gevallen gaat het wezenlijk om dezelfde techniek van registeren, nl. het optisch fotografisch registreren. Maar ook als fotografen hetzelfde 'ding' als onderwerp kiezen gaat het wezenlijk om dezelfde techniek, dezelfde 'taal' waarmee hetzelfde 'ding' fotografisch wordt geregistreerd. Alle foto's van hetzelfde 'ding' leveren - op eenzelfde moment en onder eenzelfde optische beeldhoek - wezenlijk eenzelfde soort afbeelding van dit 'ding' op. Alleen als het 'ding' zich driedimensionaal in de ruimte situeert (en beweegt) kunnen er x- aantal verschillende tweedimensionele fotografische afbeeldingen van het driedimenionaal 'ding' worden gemaakt. De FUNCTIE die de gemeenschap of het individu - de fotograaf, de kijker en dus ook de curator - achteraf aan het afgebeelde 'ding' toeschrijft kan uiteraard wel fundamenteel verschillend zijn of verschillend geïnterpreteerd worden. Dit heeft echter niets te maken met de 'taal' waarin het 'ding' wordt afgebeeld, die - in het geval van fotografische afbeelding - voor alle fotografen ter wereld dezelfde is, nl. de 'taal', die éne enige 'taal' van het fotoapparaat.

Mijn persoonlijke conclusie is dan ook dat fotografen zich met en in hun taal-fotografisch identieke beelden slechts wezenlijk kunnen onderscheiden door WAT ze op welk MOMENT uit de realiteiten der dingen reëel selecteren en reëel fotografisch afbeelden en NIET door wat ze in 'hun hoofd' zouden vermenen afgebeeld te 'zien' maar uiteindelijk in hun reële beelden niet reëel zichtbaar en bijgevolg ook niet communiceerbaar is. Deze laatste gedachte is een uitvloeisel van de - vooral sinds Warhol en zijn hallucinogene 'factory' club - gecultiveerde fundamentele misvatting dat 'kunst' gelijk staat met een 'idee' of  'concept' dat virtueel existeert in het 'hoofd' van de 'kunstenaar' en zich als een onzichtbare en ongrijpbare 'geest' zou kunnen voortplanten en reflecteren in eender welk door de 'kunstenaar' geprefereerd en gepresenteerd 'ding' / 'medium' (bij voorkeur ook nog zo banaal mogelijk) dat hierdoor tot 'kunstwerk' wordt omgetoverd maar bij nader toezien niets méér is noch voorstelt dan een amateuristisch stuntelig opgevoerde vorm van zwarte magie, voodoo, occultisme, spiritisme, animisme, kortom een uiterst banale vorm van ectoplasmatisch telekinetisch gestuurd platvloers charlatanisme van het platste water.


Wanneer je zegt dat deze fotografen in de eerste plaats op zoek gaan naar een nieuwe taal wat bedoel je dan? Dat deze kunstenaars veel nadenken over hun medium?

Vanhaecke:
Nadenken is een groot woord. Ik denk dat die kunstenaars vooral experimenteren met het medium fotografie en daar proberen nieuwe grammaticale vormen in te vinden. Maar tegelijk blijven ze allemaal heel respectvol voor de realiteit. Ze gaan die niet veranderen of photoshoppen. Ze blijven bij de brute werkelijkheid. Iemand als Jan Kempenaers bijvoorbeeld fotografeert gebouwen in Oost-Europa. En natuurlijk komt daar een documentaire waarde bij kijken. Die gebouwen ruiken naar het ex-communisme en de oude dictatuur. Maar eigenlijk is Kempenaers meer een beeldhouwer dan een fotograaf. Hij wil geen toffe rots op het strand fotograferen maar sculpturen maken. Het grote verschil is natuurlijk dat een beeldhouwer zijn vormen kan uitvinden. Een fotograaf kan dat niet doen. Hij kan alleen maar kadreren en de realiteit versmallen tot zijn scherpste hoek. Tot het object als dusdanig er als een geniale vorm uitkomt.

FOTOGRAFICA : 'NADENKEN' is géén groot woord maar wel een belangrijk woord, een woord om over na te denken. Nieuwe 'grammaticale' vormen in de fotografie? Ik geloof daar niets van : de taal van het fotografisch beeld ligt besloten in de vaste, onveranderlijke taal 'grammatica' van het foto apparaat, 'grammatica' die voor elk foto apparaat - groot of klein, duur of goedkoop - gelijk is, universeel is. De hier naar voor gebrachte gedachte dat een fotograaf in staat zou zijn om de met een foto apparaat fotografisch afgebeelde objecten uit de realiteit tot sculpturen te 'maken' die er als nieuwe 'geniale' vormen uitkomen is ronduit hallucinant te noemen, de zoveelste illustratie van het dwangmatig illusoir 'artistiek denken', van de neiging om in eender welk ding 'dingen' te willen 'zien' die er niet zijn. Natuurlijk heeft de door fotograaf Kempenaers geviseerde rots of betonblok een sculpturale vorm, zoals alle dingen een sculpturale vorm hebben, met inbegrip van de sculpturale vormen van de in de jaren '30 van de vorige eeuw door de Amerikaanse fotograaf WESTON fotografisch afgebeelde paprika's, pompoenen, wortelen, noem maar op...maar het is niet zo dat men door het fotografisch afbeelden van de sculpturele vorm van eender welk ding ook een nieuwe sculptuur zou hebben 'gemaakt'. Rotsen en betonblokken blijven in hun fotografische afbeelding rotsen en betonblokken, zoals paprika's, pompoenen en wortelen in hun fotografische afbeelding ook gewoon paprika's, pompoenen en wortelen blijven. Het 'idee' dat men van een rots of een betonblok, van een paprika  of een pompoen iets anders - in ultimo een 'kunstwerk' - zou kunnen 'maken' door er simpelweg een foto van te nemen, is volkomen illusoir en hallucinant. Daarentegen is het wél zo dat een paprika wel degelijk verandert in iets anders als men hem bv. in reepjes en/of blokjes snijdt, desgewenst onder uw voet tot moes verplet, of als men een pompoen sculpturaal transformeert in een halloween lantaarn. Het valt evenwel te betwijfelen - minstens toch te bediscussiëren - of men hierdoor de paprika of de pompoen ook tot een 'kunstwerk' zou hebben gepromoveerd. Laat er ons - in de hedendaagse stand van hedendaagse kunstzaken - vanuit gaan dat dwangmatig conceptueel denkende curatoren een aldus materieel getransformeerde (versneden / verplette) paprika of (uitgeholde) pompoen niet in hun Huizen Van Hedendaagse Kunsten zullen willen tentoon stellen maar wel geneigd zullen zijn om een paar ongetransformeerde (verse) paprika's of pompoenen ergens in een of ander artistiek aangekleed hoekje van hun Huizen Van Hedendaagse Kunsten artistiek neer te leggen en dit stilleven voor te stellen als een installatie die verondersteld wordt bv. het concept 'atoombom' te verbeelden en te kunnen schragen. It's all in the name, that's the game.


Er zijn misschien kijkers die de beelden wat minimaal vinden.

Van Haecke: Die nieuwe manier om tegen de realiteit aan te kijken maakt ook dat de fotografen er anders mee omgaan. Er is dan de tendens om uit die realiteit het meest zuivere te destilleren. Die pure vorm maakt de boodschap of de inhoud van het beeld sterker. Die uitzuiverende discipline kan op allerlei vlakken gebeuren. Gilbert Fastenaekens’ bijdrage bijvoorbeeld bestaat uit acht boeken. Hij fotografeert Brussel volgens acht topologieën - universele grondvormen - en presenteert de beelden in combinatie met elkaar. Voortdurend maken wij onbewust associaties. Fastenaekens maakt de kijker bewust van die combinaties.

FOTOGRAFICA : dat de fotografische 'vorm' (beeldhoek/perpectief/licht contrast/beeldcomponenten/opnamestandpunt/ afdruk en presentatie..) de inhoud van het fotografisch beeld kan accentueren of ondersteunen, zal niemand betwisten maar als er geen (interessante) inhoud of boodschap in het fotografisch beeld zit dan kan de 'vorm' alleen maar 'vorm' zijn en nooit een reëel substituut voor 'inhoud'. Men kan er mischien wel 'inhoud' bij denken of fantaseren maar tussen 'denken' en 'zijn', tussen droom en feit ligt een wereld van verschil.

Presentatie is dus heel belangrijk?

Vanhaecke: Alles wordt beschouwd: niet alleen het maken van een krachtig beeld maar ook de voorstelling ervan. Een foto kan op twee manieren verschijnen. Gepubliceerd in boek of magazine maar het kan ook een een object zijn. Lara D’hondt fotografeert toevallige beschermhutjes die ze vindt op straat. Ze worden heel groot afgedrukt en schuin tegen de wand gezet alsof het echt een afdakje is. Je krijgt tweedegraadssuggestie. Een fotograaf die publiceert moet heel de inhoud in zijn foto stoppen. Als je de mogelijkheid hebt om de ruimte erbij te betrekken, krijg je er nog een laag bij. Iemand als Roncada die fictie en nonfictie in zijn werk vermengt presenteert zijn foto’s van een nachtelijke grensovergang in Mexico in magazine-vorm. Het ziet er allemaal heel gevaarlijk uit maar is het wel echt? Hij speelt met de categorieën die we in ons hoofd hebben zitten en die we onbewust gebruiken.
En zo heeft elke fotograaf zijn manier om ons te doen kijken naar dingen die we normaal niet zien.

FOTOGRAFICA : een op een materiële drager afgedrukte foto is zonder enige twijfel een object, een object zoals alle andere objecten. Men kan er dus ook vanalles mee doen, zoals met alle andere objecten : bv. in stukken snijden, net zoals men dat met de paprikas of pompoenen hierboven vernoemd zou kunnen doen en wat hoe dan ook als een creatieve sculpturale daad te bestempelen is. Mijn vraag is of men zo iets persé met foto's moet gaan doen, terwijl er zoveel andere en interessantere objecten in het universum voorhanden zijn om mee te spelen, te knutselen of te puzzelen, zoals bv. bierviltjes, legoblokjes, conserveblikjes, PEP flessen, briquets, tandenstokers, zilverpapier, papiersnippers, confetti, enzovoort ...?
Misschien is het dan toch maar beter en nuttiger dat fotografen foto's maken die dienen om 'ons te doen kijken naar dingen die we normaal niet zien' of - juister gezegd - om ons te doen kijken naar de dingen die we uiteraard wel zien maar normaal anders zien. Elke foto laat ons de dingen altijd anders zien dan we normaal via onze ogen zien omdat de optiek (de lens) van het foto apparaat de dingen fundamenteel anders afbeeldt dan de optiek (de lens) van onze ogen. Niet alleen hebben onze ooglenzen - in tegenstelling met de verwisselbare optieken van een foto apparaat - een vaste brandpuntsafstand en een relatief constante beeldhoek (we kunnen met onze ogen niet 'inzoomen' of  'uitzoomen' op de dingen) maar door onze ogen ervaren we de dingen ook altijd in 3D terwijl een klassiek optisch stelsel van een foto apparaat de dingen altijd in een twee dimensionaal vlak projecteert en dus ook anders afbeeldt. Met onze ogen kunnen we ook geen beelden vasthouden, bevriezen of fixeren in de tijd terwijl een foto apparaat juist niet anders kan. Dit is wat de taal, de 'grammatica' van het foto apparaat zo apart en tegelijk ook zo algemeen en universeel maakt, onafhankelijk van diegene die het apparaat bedient, behalve dan natuurlijk WAT het apparaat zal registreren en op welk MOMENT dat zal geschieden. Dit laatste is dan ook het enige waardoor fotografen zich wezenlijk van elkaar kunnen onderscheiden, niet virtueel in hun 'hoofd' maar reëel door en in de INHOUD van hun foto's.

HIERONDER KAN JE KIJKEN EN LUISTEREN NAAR EEN VIDEO MET TOELICHTINGEN DOOR BOZAR CURATOR VANHAECKE


FOTOGRAFICA : de curator heeft hier weliswaar de mond vol over 'nieuwe manieren van kijken' ja zelfs over 'een studie van het (nieuwe) kijken' maar we komen wel niet te weten waarin en hoe die 'nieuwe manier van kijken' zich precies vertaalt en manifesteert in de tentoongestelde foto's. Ik vraag me af wat er - zelfs binnen de beperkte perken van de 'Belgische' fotografie - nu zo nieuw of vernieuwend  in de getoonde foto's dan wel in de blik van de tentoongestelde fotografen zou kunnen zijn dat (op het Belgisch forum) al niet eerder werd getoond, gezien en gefotografeerd? Kijk, in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw had men het al over 'een nieuwe manier van  kijken', onder meer in de fotografie, met als artistiek centrum het multidisciplinair avantgardistische na- en vooroorlogse Duitsland en 'Das Bauhaus' als functioneel vormkunstig epicentrum, uitdeinend naar de USA (met onder meer het Chicago institute of design). Men noemde het toen - uiteraard in het Duits - Das Neue Sehen, het 'nieuwe kijken' dus. Het verschil tussen het 'nieuwe kijken' dat curator Vanhaecke in zijn 'hoofd' heeft en de fotografische beelden die uitdrukking geven aan 'das neue Sehen' is wel markant : het 'nieuwe kijken' van Vanhaecke is blijkbaar niet te duiden, zeker niet waarneembaar af te lijnen, terwijl 'Das Neue Sehen' zich wel degelijk duidelijk manifesteert in duidelijk herkenbare en door objectieve kenmerken te onderscheiden beelden en vormen. Hoe dan ook, nieuw is het 'nieuwe kijken' van curator Vanhaecke zeker niet te noemen, alleszins niet in een internationale context. Het 'nieuwe kijken' als centraal gesteld thema voor deze BOZAR tentoonstelling is zeker niet origineel en nog minder 'vernieuwend' te noemen - integendeel het is zo oud en versleten als de platst getreden straat uit de geschiedenis van de fotografie - maar veel erger is dat dit 'nieuwe kijken' op zo goed als niets gesteund is en eigenlijk neerkomt op (zelf)bedrog, een leugen om artistiek bestwil waarbij ook bewust afbreuk wordt gedaan aan de minstens evenwaardige visies en het werk van alle andere niet gepresenteerde (Belgische) fotografen. Bovendien is het niet 'het kijken' zelf dat telt - iedereen / tout le monde / todo el mundo / jedermann  die ogen heeft kan kijken en zien - maar wel de concrete resultaten van een 'nieuwe manier van kijken' geconcretiseerd in nieuwe beelden die zich zichtbaar en aantoonbaar kunnen onderscheiden van andere - niet op een 'nieuw kijken' gesteunde - beelden. Ik zie ze niet, de concrete resultaten van het 'nieuwe kijken' dat curator Vanhaecke hier zo liederlijk poëtisch bezingt. Het artistiek hedendaags venijn zit hem evenwel een beetje in de hedendaagse artistieke staart, waar curator Vanhaecke op het einde van zijn hedendaags artistiek betoog de 'KIJKER' als een soort polyvalente 'deus ex machina' ten tonele voert, de almachtige 'kijker' die uiteindelijk eigenmachtig beslist over 'zijn of niet zijn', over 'goed of slecht', over 'zin of onzin' in de hedendaagse 'kunst'. In deze visionaire visie is de 'kijker' de 'kunst', het 'kunstwerk' én de 'kunstenaar'. Je vois de l'art, donc je suis artiste.
De 'kijker' moet de uit het 'nieuwe kijken' geboren foto's zelf maar in- of aanvullen met 'eigen connotaties', beweert curator Vanhaecke. Ja, ja, zo is het gemakkelijk, té gemakkelijk en daarom kan ik hier ook even gemakkelijk beweren dat beelden, foto's die vallen of staan met de (aanvullende) connotaties van de 'kijker' gemakkelijke, té gemakkelijke beelden, foto's zijn.
Omdat ik mijn mogelijk ongelijk in deze graag zelf zou willen bewijzen, neem ik me voor om het fotografisch werk van de in 'beyond the document' tentoongestelde fotografen één voor één onder de loep te nemen en objectief af te meten of en op welke punten dit fotografisch werk zich van het fotografisch werk van andere (Belgische) fotografen concreet zou kunnen onderscheiden als direct gevolg van een 'nieuwe manier van kijken' ? We zullen 'zien', denk ik toch...



-------------------------------------------
Beyond the Document
wanneer: tot 25 september 2011 - dinsdag > zondag van 10.00 > 18.00 uur (donderdag tot 21.00 uur)
tickets: 2,5 > 5 euro
waar: Paleis voor Schone Kunsten, Ravensteinstraat 23, Brussel - 02-507.82.00 - info@bozar.be